Het is 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Het is 70 jaar geleden dat op de stranden van Normandiё tienduizenden soldaten landden, waarmee de opmars van de Geallieerden begon om Europa te bevrijden van het Nazistische kwaad. Het is in 2014 alom gedenken.

Wie in de Belgische stad Ieper woont, wordt dagelijks herinnerd aan WO I. Sinds 1928 wordt ‘The Last Post’ om stipt 20.00 uur geblazen onder de Menenpoort. Deze poort is gebouwd in de vorm van een Romeinse triomfboog. Op de wanden staan de 54.896 namen van de gesneuvelde soldaten uit het toenmalige Britse Imperium. Oud-strijders, leden van hun families, maar ook schoolklassen uit Engeland, Canada of Australië en van elders komen er om de graven te bezoeken, maar vooral voor het moment van de ‘The Last Post’ door mannen van de vrijwillige brandweer. Het is elke (!) avond druk.

De trappen van het grote monument liggen vol kransen met poppies (klaprozen). Sinds 1922 worden klaprozen van kunststof op de kleding gedragen ter nagedachtenis van de gevallenen. De (Britse) soldaten vochten te midden van velden vol klaprozen. Vandaar dat een veteranenorganisatie dit symbool heeft gekozen om blijvend de bloedige en zinloze strijd onder de aandacht te houden.

Een bezoek aan Ieper maakt stil. Al die jonge levens als bloemen op een oorlogsveld in de knop gebroken. Straks zijn er geen veteranen meer die van deze oorlog kunnen vertellen. De klaproos breng ik hier in verband met psalm 78. Het is de vertelpsalm over de geschiedenis van God met zijn volk.”Wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen het komende geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van JHWH, van de wonderen die hij heeft gedaan” (vs.4).

De klaproos “ver-klapt” een bitter geheim. De psalm doet dat ook. Juist als er geen mensen zijn die letterlijk kunnen navertellen wat is geschied, zijn symbolen en teksten een getuigenis voor de mens lessen van de geschiedenis te trekken: poppies spreken boekdelen.

René van den Beld, emeritus predikant

26 juni 2014