Veel oorlogen worden gevoerd in naam van god. Dat is voor velen een bewijs dat godsdienst niet deugt. Godsdienst is onredelijk, intolerant, en heeft de pretentie de absolute waarheid te zijn. Zie toch wat een ellende er uit het geloof voortvloeit.

Het is inderdaad uiterst pijnlijk dat mensen hun oorlog en strijd in naam van god voeren, en zo hun strijd rechtvaardigen. Maar is het zo wonderlijk? We zijn er vaak zo verbaasd over: hoe durven mensen god voor hun karretje te spannen? Waar halen ze het lef vandaan om voor zichzelf het absolute gelijk op te eisen, en te geloven dat god hun strijd rechtvaardigt? Maar is het zo verbazingwekkend?

De ellende van oorlog is dat het zelf een absoluut karakter heeft. De nazi’s spraken over de ‘totale Krieg’, wat toch in zekere zin een tautologie is. Oorlog is per definitie totaal, en daarom zo iets verschrikkelijks. We zien het in Syrië. We zien het in Oekraïene. De impasse. Het onvermogen van de partijen om er uit te komen. En dan het lijden. Het sterven. De doden, de talloze doden…

Von Clausewitz noemde oorlog de voortzetting van strijd met andere middelen. Als de reguliere manieren om een strijd te beslechten zijn uitgeput (de politiek, het gesprek), dan rest de oorlog: de strijd wordt voortgezet, nu met geweld. Maar dan gaan mensen wel een grens voorbij. Nú gaat het over leven en dood. En dat is per definitie absoluut. Want dood is dood.

Een grens voorbij. Een verboden grens voorbij? Wie naar absolute middelen grijpt (op leven en dood) heeft een absolute rechtvaardiging nodig. En die kan de godsdienst bieden – zo komt god op de vaandels. Of anders een ideologie; of de totalitaire staat.

Ironisch is het dat de God van de Bijbel niet op de vaandels gevonden wordt (ook al willen mensen dat doen geloven), maar op de dodenakkers: kruis na kruis na kruis… Die kruizen bepalen ons allereerst bij wat mensen elkaar aandoen, bij de verschrikking van oorlog en terreur, maar wie van hét Kruis weet, wordt onwillekeurig ook bepaald bij het verhaal van Christus. Zijn solidariteit met de mensen, hun lijden, hun schuld, hun angst en pijn. Blaise Pascal heeft gezegd dat Christus lijdt zolang de mensen lijden. Moeten we God dan niet dáár zoeken? Niet in de absolute waarheidsclaim, waarmee wij onze oorlogen rechtvaardigen, maar bij de kruizen, die ons aanklagen, én die tegelijk een teken zijn van Gods liefde en solidariteit met in schuld verloren mensen. In die solidariteit, óók een grens voorbij, ligt het geheim van wie God is.

Geïnspireerd door de zojuist genoemde gedachte van Pascal schreef Schulte Nordholt een lied (Lied 561), met daarin deze strofen:

Hoe achtloos in ons midden wordt
het kostbaar mensenbloed gestort
en in het onbarmhartig licht
het kruis des Heren opgericht.

De minsten van de mensen zijn
daar uitgestrekt in angst en pijn.
Tot aan het eind der wereld lijdt
Christus in hun verlatenheid.

Wouter Klouwen

Aswoensdag 18 februari 2015