“Geef mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Parijs”. Een liedje dat op meezingen kan rekenen. Al zal er inmiddels een generatie zijn die wat onwennig reageert op de al te enthousiaste, vaak wat oudere, meedeinende buurman. Het is één van die vele liederen die Amsterdam bezingen. Het ademt chauvinisme, maar er is ook geen woord Frans bij. Het is gewone taal. Mokum, ik houd van je!

 

De gemiddelde Nederlander beschikt over 4.000 woorden waarmee hij zich zijn hele leven in de communicatie kan redden. Het zijn die 4.000 woorden waarmee de Bijbelvertalers aan de slag zijn gegaan om de Bijbel in gewone taal door te geven. Gelet op de verkoopcijfers is het al weken een succes. Het is een vertaling naast andere vertalingen. Het is geen vertaling die een andere Bijbelvertaling vervangt. Eigenlijk begint het al in de Bijbel zelf, die gewone taal. Als er Hebreeuwse teksten in het Nieuwe Testament gehanteerd worden, en Paulus doet niet anders, dan is dat in het Grieks, een gewone taal voor een groot deel van zijn niet joodse-toehoorders.

 

Het Nederlands Bijbel Genootschap stelt zich ten doel te werken aan zoveel mogelijk vertalingen- ook internationaal- van wat ons is overgeleverd. Ik denk dat we er heel blij mee moeten zijn. Geen boek is op zich heilig. God is heilig. Elk boek dat die eerbied wekt of bewaart, zou welkom moeten zijn. Als is het wennen als je nooit anders hoorde dan: “Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des Heeren gaan. Onze voeten zijn staande in uw poorten, o Jeruzalem,” (Psalm 122 in Statenvertaling 1618/19). Nu, in de BGT: “Ik was heel blij toen mijn vrienden mij vroegen:”Ga je mee naar het huis van de Heer? En nu staan we echt in Jeruzalem, binnen de muren van de stad.”

 

Het geeft toch in beide gevallen iets weer van “Geef mij maar……Jeruzalem”. Het diepste verlangen naar een veilig Mokum zingt door de zinnen heen. Gaat het daar niet om? Dat Jeruzalem nog lang geen stad van vrede is, dat zit niet vast op een vertaling in gewone taal, dat voel je op je gewone dorpsklompen of stadlaarsjes wel aan.

 

René van den Beld – emeritus predikant

30 oktober 2014