En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten laatste honger.

Matteüs 4: 2.

Wij tellen een tijd van veertig dagen. En we stellen ons daarmee op één lijn met Jezus, die veertig dagen in de woestijn was, maar ook met Israël, dat veertig jaar in de woestijn was. Sommigen tellen deze dagen door ook werkelijk te vasten. Of wellicht vaker: door te soberen. Vasten is misschien wel een heel groot woord voor een tijdje geen alcohol of taartjes of vlees, in een wereld waarin mensen werkelijk honger hebben en daaraan bezwijken. Het neemt echter niet weg dat ons ‘vasten’ door een tijdje wat te soberen zin kan hebben. Bewustwording. Een pas op de plaats. Bezinning. En het is nog gezond ook…

Ook Jezus vastte. Doch niet in de eerste plaats om zich te bezinnen en in de eenzaamheid tot zichzelf te komen. – Wie zal niet zeggen dat dat óók gebeurde. – Maar het vasten van Jezus heeft toch allereerst en wezenlijk te maken met iets heel anders. Dit: Hij doet boete. Hij stelt zichzelf op één lijn met zondaren, met het ‘adderengebroed’ (Matteüs 3:7), met de mensen die hun toekomst verspelen voor God. ‘Reeds ligt de bijl aan de wortel…’ (Matteüs 3:10). Jezus gaat de weg van de verwerping, het kruis, de dood. Daarom het vasten, wat de duivel niet wil! Vasten is voorbijzien aan wat je zelf nodig hebt. Vasten is afzien van jezelf. Vasten is zeggen: ik leef niet voor mezelf en van wat ik verwerf en verdien – ik verdien het niet, en mijn loon is de dood. En dáár, op dat punt nu, stelt zich Jezus. Om onzentwil! Om het van God alleen te verwachten, uit genade. Als dat geen evangelie is…

Als wij deze veertig dagen tellen, tellen we de veertig dagen die Jezus vastte. Eén manier om deze dagen te tellen is door zelf te ‘vasten’. Om zo gebracht te worden bij het geheim van Christus’ offer en overgave. Vasten is zeggen:

Gij zijt mijn goed,
mijn overvloed,
Gij zijt mijn brood, mijn beker,
door uw dorst en door uw dood:
al mijn levensteken!

Maar ja, ‘…ik ga uw woord voorbij /en ik pluk de dagen’.

Uit Gezang 366 van Tom Naastepad, Liedboek voor de Kerken 1973

ds. Wouter Klouwen

Maart 2020